De gebiedseigen dijk:
een prachtige kans

Gebruik van gebieds­eigen grond voor dijk­versterkingen is nodig vanwege klimaat­doel­stellingen en besparingen. 'Maar het is ook een prachtige kans om de gebieds­kennis in ere te herstellen', zegt Martin van der Meer, technisch manager van de onlangs gestarte POV Dijk­versterking met Gebieds­eigen Grond.

Eeuwenlang bouwden we dijken met de grond die ter plekke voor­handen was. Tot we, door schade en schande wijs geworden, strengere eisen gingen stellen, ook aan de grond. Die moesten we vervolgens wel verder weg halen. 'Klimaat­doelstellingen en potentiële besparingen dagen ons uit om weer meer gebruik te maken van gebieds­eigen grond', vertelt Martin. 'Maar de dijk moet uiteraard wél veilig blijven.'

Grondgestuurd ontwerpen

'We willen naar "grond­gestuurd ontwerpen", waarbij grond die in het gebied beschikbaar is, bepaalt hoe de dijk eruit komt te zien. Dit vraagt om een andere houding en meer grond­kennis bij de dijk­beheerder en de dijkontwerper.'

Kwart miljoen besparing per km

Gebruik van gebieds­eigen grond kan in projecten met veel grond­verzet wel € 0,25 tot € 0,5 miljoen per km besparen. Martin wijst ook nog op de verwachte CO2-beprijzing. 'Hierdoor wordt de huidige werk­wijze steeds kostbaarder. Een betere CO2 footprint van dijk­versterkings­projecten is niet alleen maat­schappelijk gewenst, maar ook nodig om de dijken betaal­baar te kunnen blijven versterken.'

Grond beter begrijpen

Wat is hier nu voor nodig? 'We moeten om te beginnen de lokale kennis van de beheerder beter mobiliseren en benutten: welke grond is wel of niet geschikt? Hoe is hier in het verleden mee omge­gaan? Ook willen we het "fundamentele" grond­gedrag beter begrijpen, zodat we rationeler kunnen omgaan met kleine afwijkingen. Nu leidt dit in projecten soms tot onnodig gedoe: kosten, vertraging, alsnog dure gespecificeerde grond van ver weg laten aanrukken...'

Grondgestuurd ontwerpen

'Ook moeten we flexibeler omgaan met het ontwerp. Een grond­gestuurd ontwerp dat tegelijker­tijd veilig is, leidt tot een ander dijk­ontwerp. Dit geeft veel vragen die de POV wil beantwoorden. Wat betekent dit voor het ruimte­gebruik? Is de geschikte grond ook op het juiste moment leverbaar? Wat is het beste moment om de deal te sluiten? Hoe regel je dit in je contract?'

Vliegende start

De activiteiten van de POV starten in 2018, in 2019 worden de eerste resultaten verwacht. Ze zijn stuk voor stuk gekoppeld aan échte projecten. Zoals de Kleirijperij/Brede Groene Dijk van Waterschap Hunze en Aa, dat vrijgekomen klei versneld beschikbaar wil maken. De Dubbele Dijk van Waterschap Noorder­zijlvest, waar met over­tollig slib een dijk wordt gebouwd (slibmotor). En de Gebieds­ontwikkeling Ooijen-Wanssum van Waterschap Limburg, waarbij een van de dijk­ontwerpen een steil­rand­dijk is, gemaakt van gebieds­eigen grond.

Gebiedskennis weer in ere hersteld

Vooral dit laatste voorbeeld maakt Martin enthousiast. 'Zo'n steil­rand­dijk – een soort terrassen­dijk – past helemaal bij het gebied. Stel je eens voor hoe ons dijken­landschap eruit komt te zien als we weer teruggaan naar gebieds­eigen dijken. Dit is een pracht­kans om de gebieds­kennis in ere te herstellen.'

Projecten gezocht

Nieuwe projecten kunnen zich nog aanmelden bij de POV; stuur een mail naar J.W.Nieuwenhuis@noorderzijlvest.nl Het gaat dan om dijkversterkingen met veel grondverzet, die nog voldoende ontwerpvrijheid hebben en waarvoor nog tijd is om lokaal beschikbare grond te inventariseren en af te stemmen met het ontwerp.